Ha! Maria.
Maria is dan zogezegd wel een officiële heilige.
Fabiola heeft nooit aan sex gedaan.
En Maria? Maria was plots zwanger. 'Oeps? Nee, Jozef, ik weet echt niet hoe dit mogelijk is, dat is een echt wonder.' En dan Jozef: 'Ah ja? Serieus? Och misschien was het de Heilige Geest wel?' De sul.
En dan is Maria dus zwanger, en denkt u dan dat ze met haar zwangerschap bezig is? 'Weet je al waar je gaat bevallen, Maria, heb je al een gynaecoloog, een vroedvrouw, heb je je al wat voorbereid?' En dan Maria: 'Oh nee, dat zie ik dan wel. Hihihihi', want ze heeft zo'n heel irritant lachje, 'hihihihi'. En als het dan zover is, als ze dan moet bevallen, dan gaat ze naar Betlehem, en dan is het van: 'Hallo, Betlehemmers, ik ben het, Maria, de moeder van, enneuh, ik moet nu echt bevallen hoor, dus waar is mijn verloskamertje hier? Hihihihi.'
Maar er is natuurlijk geen verloskamertje voor haar, dus dan moet ze maar verder, op de ezel, dat de kleine baby nog eens lekker doreengeschud wordt voor zijn geboorte, en waar moet ze dan uiteindelijk bevallen? In een stal. Ah ja, Maria, dan had je maar voorbereidselen moeten treffen, nu moet je in een stal bevallen, wil je er nog subsidie bovenop, hoer?
Ze gaat liggen, ze bevalt, ze is in de wolken, 'kijk, Jozef, het is een kindje!' Natuurlijk is het een kindje, het is Jezus, dat weten wij. Het kindje heeft moederlijke warmte nodig, en zorg en liefde, maar wat doet ze dan?
Ze legt hem in een te klein fruitkistje terwijl hij nog nat is van de slijmpjes.
En dàn heeft Maria plots zin om te gaan bidden.
Dan heeft ze plots zin om wat te gaan praten met God: 'Ah ja, God, hihihihi, zeg God, ik zag vorige week zo'n heel schone blauwe sluier op de markt, en dat heeft echt niemand van mijn vriendinnen, zoudt ge mij die kunnen geven, alstublieft alstublieft alstublieft?'
En Jozef staan aan de andere kant van de stal wat te suffen met zijn lantaarn, dat er ook wat licht is.
En om het feest compleet te maken, hebben we ook nog een os en een ezel. Die staan achter in de stal. Hier de os, daar de ezel.
De os die ziet de kleine baby Jezus liggen en gaat met zijn tong boven het fruitkistje staan en dan: 'Hijg hijg hijg'. Met zijn bakkes vol slijm en ossenziektes. De ezel ziet de os staan hijgen en denkt: Haa, kindjes pesten! Hij komt naast de os staan, ze kijken naar elkaar, één, twee, drie en 'hijg hijg hijg'.
En Jezusje ligt daar in dat te kleine kistje met zijn aureool geklemd tegen de kant, met die twee hijgers boven zijn hoofdje, drie kilometer verder staat Maria te bidden: 'Alstublieft, godje, alstublieft', en aan de andere kant staat Jozef wat met zijn lantaarn te suffen en te denken van dat is hier eigenlijk nog een toffe stal.
Voilà - het gezinnetje Van Nazareth is compleet.
En dan moet het bezoek nog komen!
Eerst komt er een koppel herders wat staan stinken naar schaap.
En dan duiken er ook nog eens drie koningen op.
Drie machtige belangrijke wijze koningen, midden in de nacht. Die hebben geen land te regeren ofzo, nee, die hebben niets beter te doen dan 's nachts een beetje op de buiten rond te wandelen, in the middle of nowhere.
'O daar is veel volk, kom we gaan eens kijken.
Wat is er hier gebeurd? Aah kindje geboren, mm, proficiat.' En dan zegt Jozef heel fier: 'Het is Jezus, de zoon van God.' Ja, Jozef staat daar te blinken van trots, hoewel hij met de hele zaak in feite geen bal te maken heeft.
En de koningen hebben geschenken voor de kleine Jezus die daar ligt:
En Jezus denkt: 'Hoera! Misschien krijg ik een beetje warme soep uit een thermos, of een fopspeen, of een warm dekentje.'
Maar wat krijgt hij dan van de eerste koning?
Een leuke stok wierrook. Hoerahoera! Wierrook!
Daar had hij altijd van gedroomd!
En van de tweede koning krijgt hij ook nog eens een lekkere klomp goud. Dat is net wat hij nodig had. En ondanks alles blijft Jezus positief en respectvol, hij knikt met een glimlachje van: dank u, want zo zijn wij - mensen als Jezus en ik - en in al zijn kinderlijke naïviteit hoopt hij nog altijd dat de derde koning hem toch nog iets geeft dat hij kan gebruiken, of dat er op zijn minst iemand die twee hijgende beesten met hun lange tongen van boven zijn gezicht zou weghalen!
Dus komt de derde koning, en wat heeft die derde paljas voor hem bij? Mirre!
Mirre! Hoera! Mirre! De mirre is er! Het feest kan beginnen! Mirre mirre mirre mirre!
Wat is dat, mirre?
Wie weet er hier wat mirre is?
Daar weet ook niemand het!
Wim Helsen